Diatoetsen 

De Bernadetteschool volgt de taal- en rekenontwikkeling van de leerlingen o.a met behulp van Diatoetsen. In januari en februari worden Diatoetsen afgenomen voor begrijpend lezen, woordenschat, spelling en rekenen. Later in het schooljaar volgt een tweede keer. Door jaarlijks tweemaal te toetsen kunnen wij de vorderingen van uw kind(eren) volgen door de schoolloopbaan heen. De toetsen worden digitaal afgenomen.

De ontwikkeling van uw kind wordt voor begrijpend lezen en spelling Nederlands (Diatekst, Diawoord en Diaspel) en rekenen (Diacijfer) weergegeven in scores die aan de referentieniveaus zijn gekoppeld. De Nederlandse overheid heeft daarin vastgelegd wat leerlingen moeten kunnen en kennen op het gebied van taal en rekenen. De referentieniveaus zijn verbonden aan de schoolloopbaan van leerlingen. Diatoetsen geeft de ontwikkeling in referentieniveaus weer volgens een kleurenschema. Zo kunt u zien waar uw kind staat op weg naar het te behalen niveau.

 1F - eind basisschool, 2F - eind vmbo, 3F - eind havo, 3F - eind vwo

De ontwikkeling van uw kind wordt weergegeven in een grafiek, zie voorbeeld. De gekleurde balken geven de hierboven vermelde referentieniveaus weer. 

Onder de grafiek ziet u de verschillende toetsmomenten: 1 staat voor leerjaar 1, A staat voor begin leerjaar en B voor einde leerjaar. De zwarte bolletjes geven de scores op de toetsen weer van de leerling en de gekleurde blokjes geven de streefscores weer. Streefscores tonen het wenselijke niveau voor het leerjaar en onderwijsniveau van uw kind. In deze streefscore wordt rekening gehouden met wat een normale ontwikkeling is voor leerlingen van een bepaald onderwijsniveau (leerjaar). Op de Bernadetteschool starten we vanaf groep 3 met Diatoetsen.

De scores van het kind worden verbonden aan percentielscores. Percentielscores geven aan hoe uw kind presteert ten opzichte van de landelijke populatie. Percentielscores worden weergegeven in letters, A t/m E, of Romeinse cijfers, I t/m V. De Bernadetteschool heeft voor het laatste gekozen. De Romeinse cijfers geven aan of de score van uw kind boven (I en II), rond (III) of onder (IV en V) de landelijke gemiddelde score valt.
I - goed (>80%), II - boven het gemiddelde (60-80%), III - rond het gemiddelde (40-60%), IV - zwak (20-40%) en V - zeer zwak (<20%).